Ecosysteemdiensten en Duurzaam Bodembeheer.
In opdracht van het ministerie van I&M en AgentschapNL is er in 2010 een project gestart om
- onderzoek te doen naar het gebruik van ecosysteemdiensten in de praktijk van duurzaam bodembeheer, zowel in de praktijk door middel van een drietal pilots, maar eveneens door het bijhouden van relevante wetenschappelijke inzichten;
- om onderzoek te doen naar de mogelijkheden om het sturen op ecosysteemdiensten gebiedsgericht economisch te onderbouwen en
- om een methodiek te ontwikkelen om bodem(en water) integraal in gebiedsprocessen te kunnen inpassen.
In dit project werken gerenommeerde kennisinstituten, grote ingenieursbureaus, communicatieadviseurs en beleidsmedewerkers nauw samen. Door deze bijzondere samenwerking is een grote mate van synergie ontstaan.
ORG-ID speelt in dit project een sterk verbindende rol omdat het projectsecretariaat door ons – de persoon van Hans Nuiver - verzorgt wordt, waarbij wij zowel partijen bij elkaar (blijven) brengen als daartoe verrassende inhoudelijke impulsen geven (b.v. i de vorm van diner-pensant) en daarbij veel aandacht geven aan de relatie opdrachtgever-opdrachtnemers, het coachen van de projectleider(s) en de strategische communicatie met de buitenwereld, zoals de ministeries en technische Commissie Bodembescherming.
Onderzoek naar kritieke succesfactoren bij het implementeren van ‘’Governance in het Bodembeleid”
Het bodembeleid is in transitie. Rollen en verantwoordelijkheden wijzigen, mede omdat het bodembeleid in 2015 regulier onderdeel gaat uit maken van het ruimtelijke ordeningsbeleid (ordening van de ondergrond). Deze ingrijpende veranderingen gaan het nodige vergen van het bodemveld. In 2015 is er sprake van nieuw beleid, waarin partijen andere rollen, taken en verantwoordelijkheden zullen hebben. Hier en daar wordt nu een voorzichtige aanzet tot het nieuwe beleid gegeven. De transitie impliceert dat er een stap wordt gemaakt van een governmentmodel (sterke aanwijzingen vanuit de (rijks)overheid, gevoed met een vrijwel constante geldstroom) naar een governancemodel (gezamenlijke proces- en productverantwoordelijkheid, gekoppeld aan andere vormen van financiering). Belangrijk kenmerk van deze transitie is de beweging van sectoraal naar integraal. Deze ambities vormen de rode lijn in het convenant. Hoe geven partijen die ambities vorm en welke stappen zijn daartoe mogelijk?
Er blijkt een behoefte aan een nadere analyse voordat er gestart wordt met verdere concrete acties. De convenant partners willen die acties immers binnen een gemeenschappelijk kader uitvoeren. De beoogde analyse van kritieke succesfactoren geeft een aanzet tot het (mogelijke) veranderingstraject binnen dat gemeenschappelijk kader. Analyse en beeld komen aan de orde in een rapport dat in de stuurgroep van juni a.s. a.s. besproken gaat worden. In dat rapport staan tevens aanbevelingen voor een vervolgtraject.
Deze analyse wordt uitgevoerd in een inspirerende samenwerking door ORG-ID en Royal Haskoning. In deze analyse betrekken we de volgende relevante ontwikkelingen
1) het deelproject Transitie van het uitvoeringsprogramma (UP);
2) de innovatie werkgroep van het uitvoeringsprogramma (UP)
3) de visieontwikkeling bij de diverse trajecten van het uitvoeringsprogramma (UP)
4) het Initiatief Bewust Bodemgebruik;
5) het vervolg van het rapport ‘Ondersteboven’, waar bezien wordt welke nieuwe instrumenten er nodig zijn na 2015;
6) het traject voor het werven van ondergrondattachés;
7) het traject van concrete initiatieven, zoals de pilots in het kader van de ecosysteemdiensten, de pilots in het kader van de ondergrond en gebiedsgericht beheer (denk aan Zwolle, Tilburg, en masterplan Gooi, en Apeldoorn), mogelijk ook relevante SKB-projecten;
8) een bestuurlijke agenda, die de beweging van bottom up ondersteunt via de beweging top-down.
|