Onder de titel ‘sustainable management of landscape, forest and food’ vond op 17 mei de inauguratie plaats van drie nieuwe lectoren bij Hogeschool Van Hall Larenstein in Velp. Ze vallen onder het Delta Areas and Resources Applied Research Centre.

Korte ketens, de ontwikkeling van regionale voedsellandschappen als meest praktische schaal, het hernieuwen van de band tussen mens en natuur, living labs en de veranderende rol van Natuur- en Milieueducatie  passeerden onder anderen de revue. Het gaat om het verbinden van ecologische, sociale en economische belangen. Vraagstukken waar wij als ORG-ID ons ook mee bezig houden.

‘Voedselbos’ is de samenbindende term tussen de drie lectoren. Ieder zoek vanuit een andere invalshoek naar praktische oplossingen voor duurzaam beheer van landschap, bos en voedselproductie. Derk Jan Stobbelaar (een van de lectoren) richt zich daarbij op de rol die ecosysteemdiensten hierbij kunnen vervullen: wat heeft de mens aan natuur, hoe regel je dat, hoe zorgen we samen voor landschaps- en natuurkwaliteit?

Hij definieert participatie als evenwichtige ruil van kennis, vaardigheden, geld, tijd, macht, instemming en draagvlak. Zijn formule:

Ecosysteemdiensten + Governance = Landschapskwaliteit

De internationale trend is dat er steeds minder natuurervaringen zijn, maar ook steeds meer gezondheidsproblemen. Steeds minder mensen zijn lid van natuurorganisaties.
De cijfers doen een negatieve tendens vermoeden, maar in de praktijk ligt het anders. Er ontstaan lossere verbonden, meer lokaal. Een dubbelbeeld kortom: afname van vaste verbonden, maar toename van natuuracties.

Dat zijn losse acties in natuur of landschap die mensen samenbinden, inspelend op een bepaalde activiteit die mensen toch al doen of willen). Dat kan gaan om waarnemen (het landschap lezen), beheren/doen (ravotten voor volwassenen) of eten uit het landschap. Een mooi voorbeeld van ‘doen’ vond ik de trash run. Dan gaan mensen samen hardlopen en verzamelen onder het hardlopen de troep die ze tegenkomen.

De lectoren pleiten voor samenwerking synergie. Niet wegdenken van, maar nadenken over praktijkvragen. Zoekend en met vallen en opstaan, zonder pasklare concepten vooraf, met elkaar, met u en mij, gebruikmakend van de eigenheid van het HBO. Die eigenheid ligt in de rol als ‘bricoleur’ of knutselaar (Lévi-Strauss), die aan de slag gaat met wat voor handen is. En daarbij opereert in een open netwerk met de ‘ingenieur’ (WO) die meer denkt vanuit concepten en op basis daarvan betekenis aan de wereld om haar/hem heen geeft. En met burgers, ondernemers,  en overheid (quadruple Helix) op zoek naar concrete handvatten voor een transitie naar een circulaire economie in dit werkveld.

De oproep van Derk Jan aan de (lagere) overheid hierbij is om de burger actief blij te maken en te handhaven, zonder dit teveel te institutionaliseren. De overheid wordt enthousiast van wat burger doet, en werkt vervolgens actief mee. Dat gaat verder dan faciliteren. In dat geval zouden de lagere overheden zich namelijk teveel terugtrekken van het natuur- en landschapsbeleid. Net als de rijksoverheid heeft gedaan.

Arnold van der Valk, emeritus hoogleraar (Wageningen Universiteit), riep de lectoren in zijn reflectie op om bij te dragen aan het scheppen van natuurvriendelijke steden en natuurvriendelijke landbouwgebieden. Hij refereerde aan de ‘biofilie’, de aantrekkingskracht tot de natuur die nog steeds in ieder mens zit! Met het ‘natuurvriendelijk’ gebruiken van onze omgeving (inclusief de culturele aspecten) bewijzen  we uiteindelijk onszelf als mensen een dienst.