Op 30 maart presenteerde het Planbureau voor de Leefomgeving de evaluatie van de Meststoffenwet. Robert de Graaff en Roelof Westerhof ondersteunden het PBL hierbij.

Na een welkomstwoord van Hans Mommaas (directeur PBL) presenteerde Hans van Grinsven de bevindingen van het rapport. Hans Huijbers (LTO), Kees de Jong (Waterschap Brabantse Delta), Anne-Marie Spierings (provincie Noord-Brabant) en Nol Verdaasdonk (Brabantse Milieufederatie) voerden onder leiding van Robert de Graaff een goede discussie over de betekenis van de evaluatie voor beleidsmakers, natuur en de agrarische sector. De bestuurders waren van mening dat de volgende fase van het meststoffenbeleid volle inzet vraagt van alle betrokken partijen en dat het een gezamenlijke aanpak moet worden.  Verbind klimaat, water, voedsel, economie en natuur in een gebiedsaanpak, stop met een one-issue benadering.

Na de pauze ging Roelof Westerhof in op de kansen en beperkingen van gebiedsarrangementen tussen partijen zoals boeren, waterschappen, agrarische natuurverenigingen en loonwerkers. De mensen in zaal vormden een goede afspiegeling van het speelveld rond de meststoffenwet en de verschillende belangen kwamen goed naar voren. Partijen verschillen van duidelijk van mening over hoe ingrijpend en hoe snel bestaande productiemethoden moeten en kunnen veranderen. En er kwam ook een duidelijke gemeenschappelijkheid naar voren. Neem de verzorging van de bodem als uitgangspunt. Doorbreek dogma’s, vooral die van jezelf en werk samen aan het voorkomen van afwenteling. Stel doelen centraal en niet de middelen. Daar kunnen we samen mee aan de slag, concludeerden de aanwezigen en het gebiedsarrangement is daarbij een kansrijk en niet het enige, instrument.